Uit de mode

Volgens kenners is mijn naam uit de mode. Heb ik weer.

Het is hopeloos gesteld met mijn naam, zo lees ik op vernoeming.nl. Samen met vijftien andere namen kan ‘Ronald’ anno 2016 dus echt niet meer. Wil je weten welke naam ook op het lijstje staat? Anita. Verder hebben we nog Miranda. Tanja loopt niet lekker en ook met Wilhelmus is het slecht gesteld. Dat geldt ook voor Truus en daar kan ik me veel bij voorstellen.

Een stukje uit het juryrapport over Ronald: ‘Een typische modenaam uit de jaren 50, 60 en 70. Voor die tijd noemde bijna niemand zijn kind zo en tegenwoordig ook niet meer. Ronald piekte in 1964 met 2.308 geboortes (bijna 2% van alle jongetjes!). In 2014 zijn er welgeteld zes Ronalds geboren.’

Het enige goede nieuws dat ik lees is dat ik blijkbaar ooit gepiekt heb.

Uiteindelijk kón het natuurlijk niet goed gaan met Ronald. Ro-nald. Twee, uit totaal ander hout gesneden, lotsverbonden lettergrepen. De eerste lettergreep gaat nog goed, ‘Ro’. Zo uit de losse pols klinkt het als ‘Roh’ of ‘Row’. Lekker bergopwaarts. Alsof we naar grote hoogten stijgen. Rawhide! Het klinkt verwachtingsvol en dat is goed: ‘Oh? Roh?’, of ‘Row? O ja?’. Laat maar komen Ro, we zijn benieuwd!

Dan ’nald’. Hier gaat het faliekant fout. De positieve lijn daalt hier tot beneden het nulpunt, als het lijntje op een elektrocardiogram. Er zit ook een zeurderige nasale klank in ‘nald’. Het voelt een beetje Schwarzwald. Zat er in Lord of the Rings geen trol die Nald heette? Nald; de schaafloper die de bonbons die eigenlijk voor de visite waren bedoeld, via een achterdeurtje weer slinks binnen hengelt.

Ik ken niet veel bekende Ronalds. Ronald Reagan is de bekendste. Zijn ouders waren trendsettend begrijp ik. Reagan werd immers geboren in 1911, veertig jaar voordat ik piekte. Ronald Giphart ken ik ook. Dan heb je nog Ronald Koeman en Ronald Waterreus. Maar ik heb niks met voetballers of keepers.

Qua opvoeding is Ronald geen goede keuze. Kinderen willen weten waar ze aan toe zijn. Je kind corrigeren door heel hard Ronald! te roepen, tja dat maakt geen indruk. Nooit gedaan en zie het resultaat. Wat wél hielp, en dat had mijn moeder goed in de gaten, was de verkleinvorm: Ronaldje. Drie lettergrepen en dat rolt heerlijk: Ro-nald-je. Riep mijn moeder vroeger ‘Ro-nald-je!’, vaak stampvoetend om haar punt extra duidelijk te maken, dan was er stront aan de knikker. Maar ja, toen ik ouder werd hielp dat ook niet meer.

Ik heb er lang over nagedacht, over Ronald. Weet je wat ik heb bedacht? Was mijn naam Roland geweest, dan waren de kaarten heel anders geschud. Roland heeft iets, iets ridderlijks, iets voornaams. ‘Ridder Roland van de ronde tafel’ of ‘Broeder Roland, brouwer bij de Orde der Trappisten’. Twee medeklinkers, anders geschud. Genaamd Roland had ik mijn oude dag met vertrouwen tegemoet gezien.

Wat ook had gekund, en die gedachte komt tegenwoordig regelmatig bij me op, is Ronaldo. Achter Ronald simpel een o-tje plakken. Een klein balletje als het ware. Een balletje dat slim achter de keeper wordt gelobd. Victorie! Wie weet had ik er dan heel anders bijgezeten nu.

Neem contact met me op!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Volg Ronald Frencken

Ontvang nieuwe blogs direct in je inbox