Mijn Adidassen

Na tien jaar trouwe dienst heb ik mijn ouwe Adidassen de deur gewezen. Niet dat dat echt nodig was. Op een paar scheurtjes na in wat ik ooit voor kwaliteitsleer hield zagen ze er nog goed uit. Tenminste, als je ook de afgescheurde veterlusjes niet meetelt. Ik had er nog successen op kunnen boeken. Maar ook ik moet vooruit, dat zult u begrijpen. Ouwe Adidassen en ik gaan ver terug. Onze kennismaking was een aha-erlebnis van ongekende omvang, een herzien zonder scheiding vooraf. 

Het was op een zondagse rommelmarkt op een veelbelovende lentedag dat hun neuzen naar mij lonkten vanaf stand 117. Stand 117 werd bemand door een ongunstig ogend type dat een warrige nering dreef die bij mij alle alarmbellen deed rinkelen. Zo stond er een rij tinnen mokjes in volgorde van groot naar klein, maar niet helemaal. Mokje vijf en zes stonden verkeerd om en dat gaf het geheel een onevenwichtig aanzien. De mokjes combineerden ook totaal niet bij de dopsleutelset daarnaast. Bij wijze van decoratieve flair was de inhoud opengeklapt gepresenteerd maar voor die oplossing had ik nooit gekozen: nu zag je pas echt hoe vettig de inhoud was geworden van alle zuigers en carburateurs die er ongetwijfeld al mee waren gedemonteerd. Het deksel van de dopsleutelset leunde vermoeid tegen een stapel met plakband dichtgeplakte puzzeldozen waaraan een gehanekrast briefje hing: ‘Compleet’. Ja ja, wie gaat dat tellen. En om nu een lang verhaal kort te maken: op de stapel puzzels stond een paar ultramoderne en retesnelle Adidassen met de neuzen in dezelfde richting, namelijk de mijne. Precies wat ik zocht. Precies mijn maat.

Ik kan dat niet, desinteresse veinzen. Ik begrijp ook heel goed dat men graag met mij wil kaarten; aan mijn ogen zie je het meteen als ik een joker pak, of een aas. De ongure standbaas had zijn ene oog nog net niet ver genoeg dichtgeknepen om te zien dat hij beet had toen ik mijn meest terloopse gezicht trok en vroeg: “Kosten die nou?”’ Tien tellen en een summiere inspectie later wist ik dan ook precies wat voor vlees ik in de kuip had: een paar splinternieuwe, witblauwe Adidassen. Geen nep maar mooi afgewerkt kwaliteitsleder (kalf), drie strepen op elke zijkant, een merkje op de neus, merkjes op de hiel, mooie binnenvoering en om het af te maken: luchtgeveerde zolen.

Ik kan me overigens niet herinneren dat ik ze nog getest heb, daar op de rommelmarkt, maar dat was ook helemaal niet nodig: de Adidassen waren mij en mij alleen op het lijf geschreven. Ik mocht ze hebben voor tien euro waar ik na een slim transactieargument (‘Dat is teveel’) nog twee vijftig wist af te krijgen. Zevenvijftig dus; geen geld voor een paar prachtige sportschoenen waarmee ik mij voor de verandering tegen een heus merkproduct mocht schurken en ik mezelf in een klap naar het exclusieve segment van de merkbewuste consument zou promoveren. Om er helemaal zeker van te zijn dat onze transactie legitiem zou zijn, vroeg ik de ongure standhouder nog eens of ze wel echt waren, die schoentjes. “Ja ja, echte”, antwoordde hij nog in een vreemd Slavisch dialect dat ik niet precies kon thuisbrengen, terwijl hij mijn briefjes achteloos opborg tussen een schandalig pak papiergeld dat hij opduikelde uit een vuile merkloze jeans. Met het paar Adidassen in een verfomfaaide plastic draagtas, en de positieve gedachte dat je iemand niet zomaar op zijn uiterlijk moest beoordelen in mijn hoofd, liep ik de zon tegemoet.

De maandagavond daarna was de vuurdoop. In de sportschool zou ik mijn body van jetje gaan geven en mijn Adidassen zouden mij daarbij helpen. Dat ging helemaal zo slecht nog niet. Als u ook het type bent dat graag de relatie met zijn schoeisel wil intensiveren, dan raad ik een uurtje sportschool aan. De apparaten daar dwingen u namelijk tot allerlei houdingen. Hierdoor is de kans groot dat u uw schoeisel vanuit alle hoeken kunt bekijken en bewonderen. Zo wordt de juistheid van uw aankoop nog eens bevestigd, en dat is nou precies wat u wilt! Tegelijkertijd werkt u ook nog eens stevig aan uw fitheid. Dubbel genieten dus!

Tot het tijd was voor de dijbeenoefening. Die doe je op een apparaat waarbij je je voeten op een soort plaat zet, de benen wat gebogen. Die plaat bevindt zich ongeveer een meter van je gezicht, waardoor je onbelemmerd zicht hebt op je schoenneuzen. Op het moment dat ik de plaat met het (zware) gewicht wilde wegduwen viel mijn oog op de twee neuzen en kon ik niet geloven wat ik zag. Op beide neuzen stond een merkje met vier strepen. Adidas heeft maar drie streepjes. Dat is nooit anders geweest. Maar hoe kon het gebeuren dat ik dat niet eerder had gezien? Was ik het slachtoffer geworden van een internationale merkenzwendel en had de Slavische capo dei capi mij op slinkse wijze om de tuin geleid, mij misschien gedrogeerd? Het kon natuurlijk ook zijn dat ik mij weer eens had laten neppen. Dat laatste leek mij meer aannemelijk. De film terugspoelend weet ik nog steeds niet waar het nu precies fout was gegaan. Wat ik ook niet goed wist, was in welk consumentensegment ik me na de aankoop nu precies bevond. Maar niet in een heel gunstig segment leek me. In elk geval in een ongewenst segment. Ik geef dan misschien niet zoveel om merken, maar ik ben niet het type dat veel voldoening haalt uit nep.

Nu de druk van het aankoopmoment en de aanwezigheid van de duivelse zwendelaar was weggevallen, moest ik trouwens erkennen dat de magere kwaliteit van mijn Aldidassen zich toch liet aanzien. Ze ogen wat lomp, hier en daar zijn nog restjes lijm te zien, de zolen zijn luchtledig en gemaakt van het soort plastic dat je plestik noemt en het degelijke kwaliteitsleer blijkt alledaags kunststof. Dan hebben we het over de pasvorm en het draagcomfort nog niet gehad. Toch draag ik mijn Aldidassen min of meer noodgedwongen al meer dan tien jaar. Want weggooien, dat kan ik niet. Tot vandaag gingen ze tweemaal per week mee naar de sportschool en hebben ze mij heel wat kilometers gedragen. Ze hebben mij toernooioverwinningen bezorgd en ooit heb ik er zelfs een razendsnelle tommy coopertest mee afgelegd.

Eigenlijk was ik over mijn Aldidassen enorm tevreden. Zo ben ik ze namelijk gaan noemen, Aldidassen. Liefkozend, om aan te geven dat je ook kwaliteit kunt kopen zonder dat er een gerenommeerd merk op staat. Maar ja: voeten zijn net mensen en die willen ook wat. Dus als u mij komend weekend niet thuis aantreft, dan kan dat kloppen. Dan vindt u mij in de stad, nieuwe sportschoenen scoren. En dat worden goeie merkschoenen geloof me. Goed kans dat ik daar zomaar tachtig, zestig, dertig euro aan uitgeef. Op Marktplaats heb ik ze zelfs al voor vijftien euro gezien. Per paar, nieuwe, echte.

Mijn Adidassen – Ronald Frencken

Neem contact met me op!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Volg Ronald Frencken

Ontvang nieuwe blogs direct in je inbox