Konessoer

Ik mag wel zeggen dat ik een enorme wijnliefhebber ben. Rood he. Bij het eten, ’s avonds een glaasje of twee, heerlijk. Zie ik ergens een mooi wijntje liggen, dan kan ik dat niet laten liggen. Neem (h)ik zo twee, drie flessen van mee, of zelfs een doosje van zes.

Ik hou van wijn. Maar enige relativering is op zijn plaats. Zo weet ik lang niet zoveel van wijn als mijn kennis Peter. Waar kenners zoals Peter feilloos onderscheid proeven tussen een Bourgogne en een Bordeaux, gaat mijn smaakoordeel minder ver. Laat de ober of serveerster mij eens voorproeven, dan gaat mijn oordeel niet veel verder gaat dan ‘Lekker!’ Van een flesje terugsturen kan wij mij betreft al helemaal geen sprake zijn.  Ik weet iets van oude en nieuwe wijnlanden – Frankrijk, Spanje, Italië en Duitsland tegen de rest van de wereld toch? –  maar wat druivenrassen nou precies voor de smaak betekenen, daar houdt mijn kennis op. Merlot, Syrah of Shiraz: mijn smaakpapillen is het om het even. Lekker of niet lekker: that’s my question.

Als echte wijnliefhebber kan ik sommige wijntjes niet laten liggen. Maar ik hanteer heel andere criteria dan de wijnkenner. Zo vind ik wijn van Albert Heijn altijd lekker. Vooral als hij in de bonus is. Wijn in de bonus gaat er bij mij in als koek. Het mooie van Albert Heijn is dat er elke week wel een rood wijntje bonust. Elke week vul ik mijn voorraadje aan met nieuw bonusmateriaal. Lindemans, Casillero del Diablo, Berberana, Concha y Toro, Norton, Unduragga en zelfs een Franse nationalistische of een incidentele tricolore: ik ken mijn pappenwijners. Dat ligt daar lekker als ouwe jongens krentenbrood bij elkaar en dat bijt elkaar in het geheel niet. Zoals gezegd, ik ben een wijnliefhebber. Een konessoer, zoals de Amerikanen zeggen.

Ik vind het storend om tijdens het eten een nieuwe fles te moeten openen. Daarom is het fijn als ik op de hals geen kurk aantref maar een ferme schroefdop. Zo’n dop die bezwijkt onder het geweld waarmee ik hem zijn nek omdraai. Een gevoel van macht geeft dat en dat is veel prettiger dan hannesen met een kurkentrekker, waarbij je in gezelschap altijd maar zo’n gezicht moet trekken dat je de zaak onder controle hebt, terwijl de kurk eigenlijk veel te vast zit voor je fysiek en de fles op elk moment op de tegelvloer aan stukken kan vallen. Ik tref tegenwoordig gelukkig steeds vaker schroefdoppen aan. Ik vind dat een goede ontwikkeling.

Afgelopen zaterdagmiddag kwam ik erachter waar mijn liefde voor wijn vandaan komt. Het was in de keuken bij mijn moeder thuis, waar ze bij wijze van verrassing hamburgers ging maken. Toen ze beschuiten moest kruimelen voor het zelf te maken paneermeel, bood de wijn op het aanrecht uitkomst: fles pakken, er ferm mee over de beschuiten rollen tot de schuimbelletjes zichtbaar werden – teken dat de beschuiten voldoende plat waren – en vervolgens de fles weer wegzetten. Niet denken maar doen en dáár moet mijn liefde voor wijn ooit zijn ontstaan, bedacht ik toen. Ik denk niet dat Peters moeder ooit flessen wijn over beschuiten heeft gerold.

De fles wijn zou die zaterdagmiddag niet meer opengaan. Maar was dat wel zo geweest, dan weet ik zeker dat mijn moeder’s oordeel na een eerste slokje louter positief zou zijn geweest: ‘Lekker!’ Overigens had ik bij die hamburger best een wijntje gewild. Zeker weten dat dat er prima bij zou hebben gesmaakt. Maar ook dat is weer het domein van mijn kennis Peter.

Konessoer – Ronald Frencken, tekstschrijver Eindhoven

Neem contact met me op!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Volg Ronald Frencken

Ontvang nieuwe blogs direct in je inbox