Het leed van de stukjesschrijver

Ik mag graag dromen dat ik taxichauffeur was geworden. Niet om de mooie auto of om de mooie verhalen die de mensen je dan vanaf de achterbank vertellen. Nee, gewoon, dat aan het einde van de dag je geliefde het zou begrijpen als je met vermoeide ogen zou zeggen: “Schatje, ik heb heel wat kilometers gemaakt vandaag.” En dat je dan je welverdiende bordje eten kreeg en een koel biertje.

Het lot speelde anders met mij. Stukjesschrijver werd het, omdat stukjes schrijven mij lag, vroeger al. Dat begon met mooie ronde a’s en g’s en k’s met fraaie stokjes zonder over de lijn en trottoir in één keer goed gespeld. Later volgden vele, vele tienen voor dictee en mijn allereerste verhaal ging over een heuse brand in een winkel. Ik was toen anderhalf. Er kwam een poes aan te pas en de brandweer kwam nog in het geweer en het werd nog een hele heisa, dat verhaal. Maar aan het einde kwam het allemaal goed, en mijn moeder en de juf waren maar wat trots op hun blonde engeltje. Dus werd het stukjesschrijver. Tja.

Weet je, het leven is best leuk als stukjesschrijver. Maar soms, soms is je beurs nog leger dan je fantasie en word je gedwongen om kilometers zinnen te schrijven vol umineuze woorden over zaken waarvan je eigenlijk geen snars begrijpt. Ik noem: computers of Techniek. Het is op die momenten dat je beseft wat je je jaren geleden al had moeten beseffen. Dat, net als de sint, ook talent in veel gedaanten verschijnt.

Soms lukt het schrijven van geen kant, wat je ook doet. Heb je jezelf lekker in de tuin genesteld, stoeltje op het gazon, drankje erbij en dan blijven de woorden uit. Bedroevende zinnen en alinea’s om te janken. Alles en iedereen krijgt de schuld van jouw onvermogen, terwijl je beseft dat jij je brevet niet dragen kunt. Het ligt er namelijk gewoon aan dat het je geen bal interesseert, computers of Techniek. En zo wordt jouw verhaal het lauwe blok aan je been dat je wekenlang meezeult, tot je je realiseert dat jouw moeizaam gemaakte kilometers Prachtig Proza door je gegum zijn ingehaald. Zo vind je jezelf aan het eind van de rit stamelend terug, blauwe vingers van het typen, een zere pink van het backspacen en dat typische gevoel dat we allemaal kennen: Waar doe ik het voor?

Nee dan de taxichauffeur. Die zet per dag toch mooi drie, vier, vijfhonderd kilometer op de teller. Een prestatie om over op te scheppen, aan tafel bij een liefdevol opgewarmd prakje. Of een astronaut. Die schept ook op, maar anders. En geef hem eens ongelijk. Als die ’s avonds van groundcontrol een minuutje mag videobellen met zijn vrouw kan hij mooi zeggen: “Nog acht rondjes rond de aarde honeybee, kilometertje of 680.000, en ben ik er weer.” Kijk, dat is andere koek. Die komt thuis voor héél wat meer dan een dampend bordje.

Nee dan de stukjesschrijver.
– “Lieverd, dat ene stukje je weet wel over computers hé, wat denk je?”
– “Wat dan?”
– “Nou eh… dat is af”
– “Fijn. Doe jij dan even een blokje met de hond?”

Het leed van de stukjesschrijver – Ronald Frencken

Neem contact met me op!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Volg Ronald Frencken

Ontvang nieuwe blogs direct in je inbox